Interview met Alain Lewuillon

Na een lange carriere in het nationale team als roeier, met als hoogtepunt een 4de plaats op de Olympische Spelen van Seoel in 1988 in de 2-M, maakte Alain Lewuillon dit jaar zijn terugkeer bij het nationale team. Ditmaal als trainer. Het ging allemaal zeer snel, gezien hij reeds meeging naar het WK voor junioren in Peking, De wereldbekers, en de regatta van München. En binnenkort gata hij nog naar Poznan, Polen, waar het Europese kampioenschap plaats zal vinden. Wij van roeien in België profiteerden van zijn aanwezigheid in België om hem enkele vragen te stellen.

RIB: Alain, kan je je carriere in de roeiwereld even toelichten? Hoe ben je in de roeiwereld terecht gekomen en met welke problemen werd je geconfronteerd alvorens je naar de Olympische Spelen ging en er 4de werd?

Alain Lewuillon: Ik ben beginnen roeien omdat mijn broer roeide, en het leek hem wel te bevallen, dus ik ben een beetje per toeval beginnen roeien. We zijn onmiddellijk samen beginnen roeien en trainden veel. In het begin behaalden we geen schitterende resultaten, maar na 1,5 jaar trainden we dagelijks en werden we uiteindelijk Belgisch kampioen in de 2XJM. Nadien ben ik met Guy Nuttin naar het WK voor junioren gegaan in de dubbeltwee waar we de B-finale haalden. Mijn loopbaan als senior is nogal ingewikkeld:

Ik ben lange tijd gestopt, tot mijn 27ste. Mijn broer en ik besloten een sabbathjaar te nemen alvorens we naar de Olympische Spelen van Moskou zouden gaan. Maar we zijn er niet in geslaagd ons, ondanks onze 3de plaats tijdens de regatta van Amsterdam, te kwalificeren: De secretaris van de bond ging net met vakantie en had niet de tijd om ons te verdedigen bij het BOIC. De jaren daarna hadden we minder geluk met onze selecties. De meest merkwaardige reden om ons niet meer te selecteren is waarschijnlijk de wraak van een vertegenwoordiger van een Brusselse club t.o.v. de voorzitter van onze club, omdat hij hem een plaats voor een boot weigerde in zijn loods.

Gedurende al die jaren hebben we deelgenomen aan de grote regatta's, legden we contacten met andere landen om trainingsprogramma's te bespreken. We werden elk jaar beter, en elk jaar zeiden we dat we nog een jaar verder gingen om nog beter te doen. Dat hebben we zo 5 jaar gedaan. Tijdens die 5 jaar heb ik echter nooit een selectie kunnen afdwingen, omdat de bond me niet goed genoeg vond. En wanneer er een krantenartikel verscheen ,was dat omdat we een mindere prestatie leverden. Maar in mezelf wist ik dat als je in de krant komt je een uitstekend roeier moest zijn, ook al leverde je een mindere prestatie, en dat spoorde me aan om verder te gaan. 1984 was het enige jaar dat we effectief moesten onderdoen op sportief vlak t.o.v. Crois-De Loof. Zij waren toen oprecht de besten.

Tenslotte werd ik in '85 geselecteerd voor het nationale team omdat het WK in eigen land werd georganiseerd en BelgiË moest 2 achten kunnen maken. Dat was mijn eerste selectie. Vanaf toen werd ik als een betere roeier aanzien en het jaar erop nam ik deel aan het WK in skiff, waar ik de B-finale haalde. In '87 haalde ik opnieuw een B-finale op het WK in skiff. In '88 vonden dan de Olympische spelen van Seoel plaats. Wim Van Belleghem had in '87 de wereldtitel in de lichte skiff veroverd, en wou dus in de skiff naar de spelen gaan, maar gezien enkel de zware skiff Olympisch is en ik sneller was in de skiff dan hem, wou hij een ploegboot vormen met mij om zo naar de spelen te gaan. Gezien Crois-De Loof in de dubbeltwee gingen, vormden wij een ongestuurde twee, en Mike Sprancklen, die ons eerder had zien roeien, geloofde dat we een A-finale konden halen op die spelen. Het was het eerste jaar dat we, zowel van Franstalige als Nederlandstalige en het Olympisch Comite gesteund werden. Zelf al heb je karakter opgebouwt na alle obstakels die ik moest nemen, is het toch makkelijker als je voelt dat iedereen je steunt, en dat heeft dat jaar echt geholpen.

RIB: In Seoel werden jullie 4de, nadat je voor de race je voetenplank hat stukgetrapt. Was je daar tevreden mee of geloofde je dat je een medaille had kunnen halen ?

Alain: Tijdens de reeksen en halve finale wisten we de 3de tijd neer te zetten, dus een medaille zat er zeker in. En het is ook zo dat de materiaalpech ons belemmert heeft die 3de plaats te verdedigen zoals we wilden. Maar desondanks ben ik wel tevreden om een Olympische finale bereikt te hebben. Voor de spelen waren we in Lüzern 10de geworden, 4de in de B-finale. Dat was de laatste race waar we deelnamen. Onze 4de plaats is tenslotte een mooie plaats.

RIB: Je stak de Atlantische Oceaan al roeiend over. Hoe kwam je op het idee en heeft je het ervaring bijgebracht ?

Alain: We hebben in een journaal gezien dat een Belgische ploeg deelnam aan de oversteek waarvan het doel was om de wedstrijd te winnen en het record te kloppen maar het ging niet over roeiers en we kenden de ploeg niet. We werden verteld dat het niet mogelijk was en dat we het absoluut moesten proberen om te laten zien wat competitieroeiers waard waren. De ervaring die het me heeft bijgebracht is dat zelfs wanneer men zich alleen bevindt onder zeer moeilijke omstandigheden, je er toch steeds uitgeraakt en dat dit een zeer groot vertrouwen in jezelf met zich meebrengt. Voor wij die leven in België, in een rijk land, met vrienden en een zeer doeltreffend systeem van sociale zekerheid, lijkt het soms dat niets ons nog kan overkomen, maar eens men een ervaring zoals deze heeft opgedaan, kwijt men zich helemaal onkwetsbaar.

RIB: Je nam deel aan de Olympische spelen, de wereldkampioenschappen, stak de Atlantische Oceaan over al roeiende...Is trainer je laatste stap in je carriére of heb je nog ambities hierna ?

Alain: Ik maak niet echt plannen, maar neem de dingen zoals ze komen. De dag voor ik de beslissing nam om Atlantische Oceaan over te steken had ik daar nog nooit bij stil gestaan. Met de 2-JM in Peking had ik mijn eerste emotionele moment als trainer toen Augustin (Heinz) en Emmanuel (Van Duyse) de Oostenrijkers nog dreigde in te halen in de halve finale op het wk (Het duo kwam net te kort om door te gaan naar de A-finale red.). Dat doet me deugd om als trainer verder te doen. Als er zich mogelijkheden aanbieden, zoals de oversteek, zal ik dat waarschijnlijk doen, maar we zien wel.

RIB: Welke balans maak je voor jezelf en de roeiers op van het afgelopen jaar ? Ben je tevreden met de resultaten ? Had je bij het begin van het seizoen gedacht om een team te trainen dat op 22/100sten van de A-finale van het WK voor junioren zou eindigen ?

Alain: Ik vind de balans zeer goed. Wat de 2-JM betreft, hiermee zijn we wat laat begonnen gezien beide roeiers op zoek gingen naar een kwalificatie in de skiff. Het heeft enige tijd in beslag genomen om de ploeg te vormen, men heeft zeer hard gewerkt, maar het was zeker niet altijd makkelijk. Beide roeiers hebben zeer hard gewerkt en hebben enorme vooruitgang geboekt. Ze hebben zich zeer goed verdedigd op het WK en waren zeer dicht bij de A-finale. Voor de B-finale was het duo minder geconcentreerd waardoor ze hun start misten. Das jammer, maar toch ben ik tevreden met hun resultaat. Algemeen gezien was het resultaat eigenlijk goed. Bram Dubois heeft iets minder gepresteerd in zijn halve finale, maar roeide een uitstekende reeks en kwartfinale en een bijna perfecte B-finale, waardoor we toch met een positieve eindbalans konden terugkeren.
Wat de dubbeltwee dames betreft zou ik zeggen dat ze een ongelooflijk potentieel hebben, maar door de omstandigheden hebben zij niet op hun niveau kunnen roeien. Ze hadden enorm zware reeksen en herkansingen, en die bepalen mee het resultaat. Ik benadruk nog eens het hoge niveau in de 2XJW, en als er 12 teams op 2 a 3 seconden van elkaar zitten is het eens zo moeilijk een goed resultaat neer te zetten.

RIB: De laatste tijd zien we dikwijls ploegen die al lang samen roeien goeie resultaten behalen, denk maar aan Floor Hessens en Charlotte De Vogelaere die goud pakten op de CDJ, Stijn Smulders en Christophe Raes in de 2XM. Vind je dat ze deze tendens moeten doortrekken ? En kan dit met roeiers die niet van dezelfde club zijn ?

Alain: Ik geloof echt dat ploegen die al langer samenwerken betere resultaten behalen dan andere ploegen. Volgens mij zouden ze beter in het begin van het jaar testen doen op het water en zo al ploegen vormen, dan op het einde. Hierover wordt nog gepraat met Dimitri (Dumery) en Dirk (Crois).

RIB: Vind je niet dat de selectienormen veel duidelijker moeten zijn en zo sneller ploegen te vormen? Waarom geen gemengde ploegen tijdens het Belgisch kampioenschap ? Zo zou de Belgische kampioen echt de beste ploeg zijn.

Alain: Het zou inderdaad goed zijn om al sneller ploegen te vormen, maar de test van Seneffe zal altijd beslissend zijn, zodat het altijd mogelijk blijft een wijziging door te voeren op basis van de definitieve test, die uiteraard moet blijven bestaan.

Voor het Belgisch kampioenschap zou het misschien interessant zijn om bijvoorbeeld gemixte ploegen toe te laten in de 2-. In de dubbeltwee lijkt me dit niet interessant gezien de beste roeiers toch naar boven komen in de skiffwedstrijden. Maar gemixte ploegen in het puntroeien is zeker geen slecht idee.

RIB: Je aarzelt inet om over de problemen te praten die jij hebt gekend in je jeugd. Ondervind je dat die problemen nog steeds dezelfde zijn als toen ? Hoe kunnen die problemen opgelost worden ?

Alain: De huidige problemen zijn zeker niet dezelfde als in mijn tijd, gezien er toen nog geen technische commissie was en de selectie gebeurde door enkele mensen van de bond, die niet eens aanwezig waren op de regatta's. Nu is er een technische commissie. Ik zeg niet dat elke selectie perfect gebeurt en er zullen altijd ontevreden mensen zijn, maar ik ben ervan overtuigd dat Dirk, Dimitri en ikzelf objectief selecteren en geen rekening houden met de club waar de roeier bij aangesloten is. Het is trouwens door deze objectieve selectie dat Dirk het niveau de afgelopen 6 jaar deed stijgen.

RIB: Hoe sta je tegenover ergometertests om roeiers te selecteren ?

Alain: Ergometertests zijn interessant om aan te tonen hoe goed de vorm van de roeier is, en het kan een basis zijn om een kern te vormen, maar de beslissende test zal toch altijd op het water plaats vinden.

RIB: Je ging dit jaar mee naar de Coupe de la jeunesse en het wk voor junioren. Volgende week ga je naar het Europese kampioenschap. Wat verwacht je van de concurrentie daar ?

Alain: Ik heb met enkele trainers gepraat die zeggen dat, op enkele na, de ploegen geselecteerd voor het Europse kampioenschap dezelfde zijn als die van het WK, met hier en daar een wijziging in de ploeg. Het niveau in de 4-LM op het WK was zeer hoog. Er waren ongeveer 30 ploegen, ook omdat het een pre-olympisch jaar is. Dus het niveau zal zeker hoog zijn gezien er deelnemers van het WK zullen deelnemen aan het EK. Maar of iedereen aanwezig is zullen we moeten afwachten.

RIB: Merk je een verschil in sfeer tussen Peking, een jaar voor de spelen, Seoel tijdens de spelen, of een Europese wedstrijd ?

Alain: Tussen Peking en Seoel is het grootste verschil ongetwijfeld dat de Zuid-Koreanen geen interesse hadden in de Spelen. De overheid moest mensen aansporen om de tribunes te vullen. In Peking maakt de regering reclame om de Chinezen warm te krijgen voor de spelen. Tijdens het WK junioren zat de tribune al vol van 's morgens tijdens de reeksen. Om junioren aan het werk te zien ! Terwijl Korea geen roeiland is, gaan de Chinezen voor het maximum aan medailles. De Chinezen zijn echt massaal aanwezig.

Voor een Europese wedstrijd is er veel minder sfeer. De toeschouwers zijn, zelfs voor een wereldbekerwedstrijd, veelal de roeiers en hun entourage zelf.

RIB: Om te eindigen: Wat zijn jou doelstellingen op korte en lange termijn ?

Alain: Op korte termijn is dat de 4-LM op het Europese kampioenschap. Op middellange termijn wil ik een structuur uitbouwen voor de junioren, en dit voor heel België. Op lange termijn heb ik geen idee. Als ik verder kan gaan in het roeien zou ik al blij zijn.

RIB: Alain, bedankt voor het interview en succes in de toekomst.

Your rating: None