Interview met Tom Symoens
Wie denkt dat Tim Maeyens onze eerste grote naam bij de zwaargewichten is, is uiteraard fout. Of het toeval is laten we in het midden, maar uit de Brugse kweekvijver van KRB kwam nog een grote naam. Op 21 jarige leeftijd werd hij wereldkampioen bij de -23 jarigen, toen nog de Match de senior. Hij nam deel aan 2 Olympische spelen, roeide verschillende finales op wereldbekers maar werd voor de Olympische spelen van Sydney in 2000 vriendelijk bedankt. De laatste jaren zien we hem terug aan de start komen, weliswaar in een groen shirt, in de 8+Masters. Wij vroegen ons af hoe het de dag van vandaag gaat met Tom Symoens.
RIB: Hoe antwoord je zelf op de vraag "Wat is er geworden van Tom Symoens ?"
Tom Symoens Tom Symoens: Ik ben getrouwd met Els Laforce in 1997, dus toen ik nog roeide. Intussen ben ik vader van 2 mooie dochters Britt en Freya, die 7 en 3 jaar zijn. Direct na mijn roeicarriere ben ik beginnen werken in een chemisch bedrijf in Oostende Proviron. Ik sta daar voor een deel in voor de productie en doe er ook laboanalyses. Het werken gebeurt in ploegsysteem volgens een vast patroon van 4 vroege , 4 late en 4 nachtdiensten, afgewisseld met 7 dagen thuis. Nu werk ik maar 4/5 omdat ik ouderschapsverlof kon nemen voor een beperkte periode.
RIB: Hoe ben je destijds in de roeiwereld terecht gekomen ?
Tom Symoens: Via de school eigenlijk. Ik was vroeger helemaal niet sportief en had ook geen vaste sport. Op school had ik zo’n slechte punten voor LO, dat ik via de sportactiviteiten de woensdagnamiddag mijn punten wat wou opkrikken (een 6 ipv een 5). Het roeien zag ik niet zitten, maar 3 vrienden gingen toch en hadden nog eeen vierde man nodig om in C4 te kunnen roeien. Ik ging mee , vond het dan toch leuk en ben er zo gebleven... Ik kreeg ook wel een 7, hetzij meer door het feit, dat de turnlerares in het water viel en ik de enige was die reservekledij meehad.
RIB: Je brak internationaal door op je 21e met een 2de plaats op de , toen nog Match de senior, oftewel het WU23. Een jaar later, in Italië, won je na een spannende race het goud.
Waren dat je topjaren en had je dat verwacht ?
Tom Symoens Tom Symoens: Ik had in junior reeds finale geroeid op het WK, dus het kwam niet echt onverwacht, maar het duurde toch wel 2 jaar, waarin ik negende en zevende werd bij de -23jaar, vooraleer ik ook echt met de oudere seniors meekon. Daarna kwamen er jaren waar ik gereld onder de 7 minuten dook en ook finales roeide in de worldcup. Ik denk dat ik in skiff op mijn best was in 1993. Ik werd dan vierde in de Worldcup van Parijs in mijn beste tijd: 6min 47 sec.
RIB: Je nam ook 2 maal deel aan de Olympische spelen. In 1992 in Barcelona in 4X, in 1996 trok je samen met Björn Hendrickx naar Atlanta in de 2XM. Wat was je mooiste ervaring en waarom ?
Tom Symoens: Het was inderdaad een schitterende ervaring , die je niet gauw meer zal meemaken. De aanloop ernaartoe was wel anders. In Barcelona zou ik eigenlijk met Dirk Crois in dubbel moeten roeien, want de winnaar van in Essen mocht gaan. In een rechtsreeks duel met de concurrenten hadden we op nog 500 m voor het einde een lengte voorsprong wanneer zij een misslag deden (met een twijfelachtige materiaalbreuk als gevolg). Wij wonnen , maar het was niet het resultaat dat het BOIC op gehoopt had. Geheel Belgisch werden we dan maar tesamen in 4X gezet en naar Luzern gezonden om te testen. Ik, jong als ik was , was al content dat ik meemocht. Voor Atlanta hadden we een 4- op het oog, maar de resultaten waren goed ,maar niet super, zodat Goiris –Vandriessche net voor het WK van 1995 terug in 2- gingen. Ik zag het niet direct zitten terug in skiff te stappen en probeerde het dan met Bjorn in 2X .We werden na 3 weken trainen 14e en hadden zo een kwalificatieplaats voor de spelen. De toewijzing door het BIOC was echter niet nominatief, zodat het ganse jaar testen werden geroeid en de dubbel in Belgie het best bezette nummer werd vanwege de begeerde tickets voor de OS. Wij konden ons geen fouten veroorloven en moesten dus elke test met overmacht winnen en terwijl nog een finaleplaats roeien op een goed bezette internationale wedstrijd.
RIB: Je palmares mag zeker gezien worden. Hij misstaat zelfs niet naast dat van Tim Maeyens. Vind je dat je de nodige erkenning kreeg in België ?
Tom Symoens: Van de huidige generatie zijn er zeker die zelfs niet weten dat ik nog op niveau heb geroeid, maar dat is ook niet erg. Als ze zich aan Maeyens kunnen spiegelen en dat de roeisport zo naar een hoger niveau kan tillen in Belgie in plaats van langzaam weg te deemsteren, dan is dit voor mij OK. Het is maar als de resultaten uit blijven, dat het verleden moet herkauwd worden.
RIB: Bestond er toen al iets als "profroeier" ? En zo niet, hoe moeilijk was de combinatie met roeien en werk/studies ?
Tom Symoens: Ik denk dat ik bijna alle mogelijke statuten heb gehad, tot 1992 studeerde ik. Dus vlak voor Barcelona haalde ik mijn A1-diploma. Ik kreeg van de school de fasciliteiten, zodat ik van enkele vakken die afgewerkt waren voor nieuwjaar vroeger examen kon afleggen. In juni kon ik dan zelf bepalen welk examen ik aflegde, zolang deze binnen de voorziene data vielen. Daarna heb ik een eind gestempeld, tot ik een halftijds bediendencontract kreeg van het BOIC. Aan deze periode heb ik de nodige problemen met de RVA overgehouden, die zelfs in een rechtszaak uitmonden. Tussenin werkte ik nog 2 maal zes maand in Nutricia, tijdens de wintermaanden, terwijl trainde ik in Hazewinkel. Voor de Spelen van Atlanta kreeg ik nog een halftijds contract bij van BLOSO, dat na het behalen van een finaleplaats op het WK van 1997 werd omgezet in een voltijds contract, tot aan het eind van mijn carriere in 2000.
RIB: In 1999 roeide je je laatste internationale wedstrijd, had je niet liever doorgedaan tot de spelen van Sydney of was dat onmogelijk ?
Tom Symoens: In 2000 waren we met 5 voor 4 plaatsen in de dubbelvier, bij alle testen kwam ik bij de 3 beste uit , maar de toenmalige bondscoach had al beslist (onder druk, of tegen een vergoeding), dat ik niet in de boot paste. Zelf had ik natuurlijk graag naar Sidney geweest om er met een goed resultaat af te sluiten. Ik kon dan meegaan als reserve, zonder accreditatie. Maar op dat moment kreeg ik een vaste werkaanbieding en koos eieren voor mijn geld. De bondscoach kreeg trouwens de bons na de spelen...
RIB: Sinds enkele jaren zie ik je, zij het met een shirt van KRNSO aan, weer verschijnen aan de start van de 8+Masters. Hoe dikwijls train je nog ?
Tom Symoens: Tot 1997 woonde ik in Brugge en kwam dan ook uit voor KRB. Met mijn verhuis naar Oostende werd ik dan ook lid van KRNSO, temeer omdat Bjorn ook van die club was. Het was een rationele keuze, die nogal wat kwaad bloed zette bij sommige mensen.
Nu probeer ik 1 tot 2 maal per week te roeien en nog enkele malen te fitnessen, maar door het ploegwerk en de kinderen ben ik al blij dat ik 3 maal in de week kan sporten.
RIB: Nooit de ambitie gehad om trainer te worden ?
Tom Symoens: Ik heb te weinig geduld om een goede trainer te zijn. Mijn standpunt is dat als je er echt veel tijd insteekt ,dat ook gerechtvaardigd moet worden door de resultaten. Ik beleef ook nog te veel plezier aan zelf te roeien en heb zo ook geen last van alle clubpolitiek.
RIB: Hoe zie je jezelf binnen 10 jaar ?
Tom Symoens: Misschien krijgen mijn dochters de microbe wel te pakken, of misschien ook niet. Zolang ze maar iets doen van sport en er plezier in vinden, ben ik tevreden.
En misschien kan ik dan wel genieten vanop de kant...
RIB: Tom bedankt voor je tijd en nog veel roeiplezier ?

